Geschiedenis van Hondentraining

  • Artikelen
    • Verlatingsangst bij Honden

      Posted on Feb 22, 2019

      Verlatingsangst bij honden

      Verlatingsangst, volgens sommige gedragstherapeuten is het een van de meest voorkomende gedragsproblemen bij honden. Uit onderzoek blijkt dat het percentage consulten waarbij verlatingsangst als diagnose gesteld wordt zo tussen de 10 en 20 procent ligt [1], naar vermoeden lopen er echter wel een stuk meer honden met verlatingsangst rond dan dat er daadwerkelijk een deskundige voor geraadpleegd wordt [2]. Genoeg reden om eens goed te kijken naar wat verlatingsangst is, hoe het herkend kan worden, wat je eraan kunt doen en hoe je het kunt voorkomen.

      Wat is verlati...


    • Geschiedenis van Hondentraining

      Posted on Jan 20, 2020

      Geschiedenis van de Hondentraining

      Het trainen van honden wordt door veel mensen als iets van de laatste decennia gezien. De “eerste hondenschool van Nederland” zou pas in 1983 gesticht zijn en trainingstechnieken worden veelal gedefinieerd als “de nieuwe” of “de oude” methode. Sterker nog, veel trainers in Nederland zijn opgeleid om één specifieke trainingswijze te gebruiken en wijken daar liever nooit vanaf. Om objectiever naar de verschillende methodes te kijken en een beter beeld te hebben van hoe het zich allemaal ontwikkeld heeft, is het belangrijk om een overzicht te hebben van de gesch...

    • De Onderbelichte Ontdekkingen over de Psychologie van de Hond

      Posted on Jan 25, 2020

      Tijdelijk niet beschikbaar 

    • Meest Gemaakte Fouten bij Hondentraining

      Posted on Feb 01, 2020

      Tijdelijk niet beschikbaar

    • Occoism

      Posted on Feb 05, 2020

      Temporary unavailable 

    • Conditionering - In de praktijk en in het brein

      Posted on Feb 18, 2020

      Tijdelijk niet beschikbaar

    • Kattenkruid

      Posted on Feb 20, 2020

      Tijdelijk niet beschikbaar

Geschiedenis van de Hondentraining

Het trainen van honden wordt door veel mensen als iets van de laatste decennia gezien. De “eerste hondenschool van Nederland” zou pas in 1983 gesticht zijn en trainingstechnieken worden veelal gedefinieerd als “de nieuwe” of “de oude” methode. Sterker nog, veel trainers in Nederland zijn opgeleid om één specifieke trainingswijze te gebruiken en wijken daar liever nooit vanaf. Om objectiever naar de verschillende methodes te kijken en een beter beeld te hebben van hoe het zich allemaal ontwikkeld heeft, is het belangrijk om een overzicht te hebben van de geschiedenis van het honden trainen. En die geschiedenis is lang…

In zijn boek Dog Behaviour, Evolution, and Cognition (Miklosi, 2014), een van de meest complete publicaties over vrijwel alles wat met honden te maken heeft, stelt onderzoeker Adam Miklosi dat we al tussen de 16.000 en 32.000 jaar met gedomesticeerde wolven aan onze zijde leven. Enige vorm van training zal dus ook wel wat ouder zijn dan enkele decennia. En dat is het ook, want al rond 100 v. Christus schreef de Romeinse boer Marcus Terentius Varro over het trainen van herdershonden en het belang van vroeg beginnen met puppies (Loeb Classical Library, 1934). Daarna bleef het een hele tijd stil in de literatuur, tot William Nelson Hutchinson in 1848 pleitte voor wat we vandaag de dag “positieve training” noemen (trainen met enkel beloningen) en zich afzette tegen het toentertijd populaire “dogbreaking”, waarbij men de visie had dat honden eerst mentaal gebroken moesten worden alvorens je ze kunt trainen. Ondenkbaar en gelukkig ook strafbaar in een hoop landen, hoewel volgens sommigen mensen de zelfbenoemde  “hondenfluisteraars” zich er ook tot in zekere mate schuldig aan maken. Zo uitte zelfs de AVSAB (American Veterinary Society of Animal Behavior) duidelijke kritiek op een van de bekendste “hondenfluisteraars” van deze tijd, Cesar Millan (bekend van o.a.  tv-show The Dog Whisperer), die zelf ontkent dat zijn techniek iets van doen heeft met het mentaal breken van honden. Later meer over dit “hondenfluisteren” en de dominantie theorie, want trainen met beloningen is al veel ouder dan veel mensen vaak denken. 


Bekrachtiging en clickertraining

Ondanks dat de kennis dat gedrag beïnvloed kan worden door het maken van associaties bij een dier al veel langer toegepast werd, is dit pas wetenschappelijk vastgelegd in 1938 door Burrhus Frederic Skinner. Een Amerikaanse behaviorist die daarom vaak genoemd wordt als “ontdekker” van het operante conditioneren. Deze manier van trainen wordt ook nog wel eens “Pavlov-conditionering” genoemd, omdat de Russische fysioloog Ivan Pavlov in 1897 het fenomeen “klassieke conditionering” aantoonde met behulp van een hond (Todes, 2014)

De publicaties van Skinner zijn niet alleen van enorme invloed geweest op de ontwikkeling van gedragstherapie voor mensen. Ook voor het trainen van dieren hebben ze een belangrijke rol gespeeld. Dit is vooral verder uitgewerkt door een van zijn leerlingen, Marian Brelant Bailey. Sinds de jaren ‘50 trainde zij meer dan 100 verschillende diersoorten, voornamelijk voor commerciële doeleinden zoals films en shows. Samen met haar echtgenoot, die ook dieren trainde maar dan voornamelijk voor het opsporen van bommen in het leger, deed ze dit veelal met behulp van de inmiddels welbekende “clicker” en beloningen (Bailey en Gillaspy, 2005)Ondanks pogingen om deze aanpak onder de aandacht te brengen bij hondentrainers, werd dit pas een veelgebruikt middel sinds de jaren ‘90, toen Gary Wilkes en Karen Pryor begonnen met het geven van seminars over het trainen van honden met behulp van de clicker. 

Inmiddels is de clicker een veelgebruikte tool op veel hondenscholen en wordt het door enkele zelfs verplicht gesteld om hiermee te trainen. Ook in de topcompetities van obedience wedstrijden wordt vrijwel altijd gebruik gemaakt van een clicker of een zogeheten “clickwoord”. Voorstanders van de clicker schrijven dit hulpmiddel veel voordelen toe. Zo zou het effectiever zijn, makkelijker toepasbaar voor beginners, leuker en overzichtelijker zijn voor zowel trainer als hond en zou het de band versterken. 

In een onderzoek van Feng et al., (2018) is er gekeken naar de verschillen tussen training met voedselbeloning zonder en met clicker. Hierbij werd gekeken naar de ontwikkeling van de relatie tussen de hond en eigenaar, de impulsiviteit van de hond en een zelfrapportage van de eigenaars hoe deze de training ervaarde. Uit het onderzoek werd echter geen verschil gevonden tussen de progressie in de relatie en de impulsiviteit van de hond. Ook in de ervaringen van de eigenaars bij het trainen zat geen verschil, met uitzondering van het leren de hond iets aan te tikken met de neus, daarbij gaven de eigenaars met clicker aan dit makkelijker te vinden dan de eigenaars zonder clicker. 


Packleader

Het idee dat de hond getraind moet worden door deze te domineren, is eigenlijk pas echt populair geworden in 1978, toen de monniken van het new skate klooster (die vrij bekende fokkers en trainers van Duitse herders waren) het boek “how to be your dogs best friend: a training manual for dog owners” uitbrachten. In een latere geupdate versie namen ze echter veel van de adviezen die ze hierin gaven terug.

In de afgelopen decennia, zijn er ook televisie persoonlijkheden geweest die een duidelijke stempel hebben gedrukt op hoe er tegen hondenpsychologie en hondentraining aan wordt gekeken. Vooral Cesar Millan is hier erg bekend mee geworden, en waarschijnlijk wel de meest controversiële persoon in het hondenwereldje. Enerzijds onderschrijven wetenschappers en opleidingsinstituten zijn methodes doorgaans niet, en anderzijds zijn er tal van casussen en persoonlijke ervaringen van mensen die veel hebben gehad aan zijn hulp of hulp van door hem opgeleide trainers. In de afgelopen jaren zie je dat veel van de hulpmiddelen die hij gebruikt niet meer erg welkom zijn. De slipketting is op de meeste hondenscholen niet toegestaan, en de schokband is recentelijk zelfs helemaal verboden. Ik denk dat het een goede ontwikkeling is dat deze methodes nergens de norm zijn, en dat instructeurs en zeker hondenbezitters wordt afgeraden hier gebruik van te maken. Anderzijds leren we als gedragstherapeut wel nog gewoon hoe deze middelen werken op de erkende opleidingen, en is het kortzichtig om te stellen dat bij alle miljoenen honden die er zijn er altijd realistische alternatieven zullen zijn. 

Om het terug te betrekken op Cesar Millan, ik kijk zijn programma’s zelf niet omdat je het trainingsproces achter de schermen toch niet ziet, dus daar kan ik weinig over zeggen. Maar ik heb er wel moeite mee wanneer mensen die met zeer hoog risico honden werken, honden die als enige alternatief nog een spuitje hebben, gedemoniseerd worden voor het gebruiken van heftige middelen door trainers die zich niet met deze echt heftige gevallen bezig houden.

Maar tot zover mijn persoonlijke mening, want wat zijn nu de voornaamste argumenten van mensen die er erg kritisch op zijn. Het belangrijkste kritiekpunt voor deze methodes is dat de vermeende onderdanigheid die de hond laat zien in werkelijkheid enkel angst is. Het gebruik van deze handelingen, vaak “quickfixes” genoemd, zou enkel symptoombestrijding zijn en wel het probleemgedrag onderdrukken maar niet het probleem wegnemen. Hierdoor zouden extremere uitingen van de gedragsproblemen onverwachts naar boven kunnen komen, wat de honden onvoorspelbaar en potentieel gevaarlijk maakt. Verschillende beroepsverenigingen van gedragstherapeuten geven aan regelmatig te maken te krijgen met honden die lijden onder de gevolgen van behandelingen met dergelijke methodes (American Veterinary Society of Animal Behavior, 2011)

Een tweede kritiekpunt, waar eigenlijk iedereen het wel mee eens is, is dat deze aanpak niet voor iedereen realistisch is. Doordat sommige trainers gevaarlijke honden in huis nemen en deze tot een mak lammetje weten te maken, lijkt het al gauw alsof het probleem opgelost is. Terug in de eigen familie echter, merkt de hond al vrij snel dat het overwicht dat de trainer had hier helemaal weg is. Niet iedereen is zomaar in staat voldoende overwicht op iedere hond te hebben, dus als het goede gedrag daar afhankelijk van is, dan kan dat heel snel weer wegvallen wanneer de hond bij de verkeerde mensen is.

Een derde belangrijke reden voor de kritiek die op deze methodes wordt geuit is dat de wetenschappelijke onderbouwing voor deze manier van training als “natuurlijk wolvengedrag” achterhaald is. Hier zit zeker een kern van waarheid in, maar dit ligt wel een heel stuk genuanceerder dan veel hondentrainers denken. Hieronder zal ik proberen om een hele korte samenvatting te geven van het verloop van de belangrijkste onderzoeken naar wolven en hun invloed op de hondentraining. 


Dominantie bij Wolven

In de nogal fluctuerende sentimenten rondom de “dominantie theorie” staat een reeks onderzoeken naar wolven centraal. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, betreft het hier niet één onderzoek dat later ontkracht is, maar een hele reeks onderzoeken naar zowel wolven die binnen een onnatuurlijk klein gebied werden gehouden, als ook onderzoeken naar wolven die in natuurlijke omgeving verbleven. Het beeld van een duidelijke hiërarchie binnen de wolvenroedel is onder andere tot stand gekomen door een aantal belangrijke publicaties uit de vorige eeuw (Murie, 1944; Schenkel, 1947; Mech, 1966; Rabb et al. 1967; Zimen, 1975). De wolven uit deze onderzoeken werden doorgaans willekeurig bij elkaar gezet, gebaseerd op het idee dat groepen wolven zich in de natuur ook in de winter bij elkaar voegden. Het idee dat wolvenroedels zich formeerden op basis van familiair verwantschap bestond echter al, en werd onder andere genoemd in publicaties van Murie (1944), Mech (1970) en Clarc (1971) in diezelfde periode.

In “Alpha Status, Dominance, and Division of Labor in Wolf Packs(Mech, 1999), stelt dr. David L. Mech dat het bestuderen van willekeurig bij elkaar gezette wolven in gevangenschap geen goede manier is om informatie te krijgen over het gedrag van wolven in familiale structuren, zoals gebruikelijk in het wild. Hij vergelijkt dit in deze publicatie met het onderzoeken van familie dynamieken van mensen door vluchtelingenkampen te bestuderen. Het concept van een alfa wolf als “top dog”, die regeert over andere wolven van gelijke leeftijd, noemt hij misleidend. Als voorbeeld verwijst hij naar verschillende artikelen tussen 1947 en 1987.

Wat David Mech hier dus afwijst is het idee van een strakke hiërarchie waarin wolven constant proberen omhoog te klimmen en de alles beheersende topdog te zijn. In plaats daarvan spreekt hij van een familiair gevormde hiërarchie met weinig strijd, waarbij de kinderen van het alfamannetje en alfavrouwtje doorgaans hun positie als leider overnemen. Deze hiërarchie is minder belangrijk dan vaak gedacht werd, en speelt vooral een rol tijdens het eten. Verder benadrukt hij de (voorheen vaak onderschatte) rol van actieve submissie als belangrijk onderdeel van het onderhouden en opbouwen van vriendschappen, waar het afdwingen van onderdanigheid dus veel minder aan de orde is. In andere woorden, de hiërarchie wordt dus vooral geïnitieerd en bevestigd door de ranglagere honden, en niet door de ranghogere (dominante) honden.

Veel van de termen die gebruikt worden door “hondenfluisteraars” of “meer traditionele trainers” zijn afkomstig uit onderzoeken waarvan de resultaten dus in veel opzichten als achterhaald worden beschouwt. Een veelgehoorde misvatting echter, is dat de (mogelijke) aanwezigheid van dominantie verhoudingen tussen honden onderling en honden en mensen wetenschappelijk ontkracht zijn. Dit is geenszins de conclusie van dit artikel (nog los van het feit dat deze onderzoeken gaan over wolven, en niet over honden, die in natuurlijke settings - zoals het park, niet in familiale groepen verblijven maar ook steeds nieuwe vriendschappen aan moeten gaan). Deze mythe wordt ook veelal overeind gehouden door de vele onderzoeken die aantonen dat de dominantie theorie / pac leader methode een riskante en op de lange termijn niet de meest effectieve aanpak is om als uitgangspunt te nemen bij het trainen van een hond. Dit is natuurlijk hele waardevolle informatie, maar zou niet moeten leiden tot het onterecht afschrijven van mogelijke onderliggende factoren die een belangrijke rol spelen in het probleemgedrag van een hond.


Puppy Training

De belangrijkste periodes in de ontwikkeling van de hond werden in de jaren ‘60 geïdentificeerd, waarmee het belang van socialisatie en training op jonge leeftijd duidelijk werd. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in Genetics and the Social Behaviour of the Dog (Scott & Fuller, 1974). Ondanks deze kennis was het rond die tijd nog niet gebruikelijk om honden al jong te trainen, en zelfs de meeste professionele hondentrainers begonnen pas met trainen tijdens of na de pubertijd. Iemand die ook een belangrijke rol heeft gespeeld in het onder de aandacht brengen van het belang van trainen op jonge leeftijd, is de (nog steeds actieve) gedragstherapeut dr. Ian Dunbar, die in 1982 begon met de eerste puppycursussen gericht op het opvoeden van een prettige huishond (Sirius, 2020). Hiermee wordt hij gezien als een van de belangrijkste aanmoedigers van zaken als puppies op les doen voor het einde van de eerste socialisatiefase (12 weken), puppies met elkaar laten spelen zonder riem en het aanleren van bijt-inhibitie. Dingen die helaas nog steeds niet overal vanzelfsprekend zijn. 


Do As I Do

Een vrij nieuwe methode die ik graag nog kort wil noemen in dit artikel is de “Do As I Do” methode. Deze methode is ontworpen door de Italiaanse wetenschapper dr. Claudia Fugazza, die onderzoek doet naar de sociale cognitie van honden, en uitgebracht in 2011. Het idee achter deze methode is dat de hond eerst geleerd wordt om op het commando “do it” een handeling van de trainer te imiteren, wat later gebruikt kan worden tot het (extra snel) aanleren van nieuwe commando’s. 

In 2014 is het eerste wetenschappelijke onderzoek gepubliceerd die deze methode vergelijkt met clickertraining. Het onderzoek is echter wel geleid door diezelfde Claudia Fugazza en Adam Miklosi, die beide voor de universiteit van Boedapest werken. Uit het onderzoek kwam dat er geen significant verschil in efficiëntie was tussen de Do As I Do methode en clickertraining bij simpele opdrachten, maar dat de Do As I Do methode wel efficiënter dan clickertraining was bij complexere opdrachten of reeksen van meerdere opdrachten achter elkaar (Fugazza, 2014).

In 2019 zag ik Claudia Fugazza op een congres, waar ze vertelde over een nieuw onderzoek dat bezig was waarbij eerst een reeks honden die aangeleerd hadden om iets verkeerds te doen op een commando (bijvoorbeeld, een rondje te draaien als ze “zit” hoorden) dit uitvoerde, en daarna het commando gegeven werd aan een hond die het wel normaal had aangeleerd. In contrast met eerdere testen, kozen de honden er in dit onderzoek daadwerkelijk voor om maar de andere honden te volgen in iets wat ze nooit gedaan hadden, in plaats van dit commando op te volgen zoals ze het geleerd hadden. Er is dus nog een hoop nieuws te ontdekken in het gebruik maken van sociaal leren, waar op het moment in de wetenschap ook extra veel aandacht naar uitgaat. Met allerlei nieuwe methodes uit verschillende disciplines (zoals o.a. neurowetenschappen, evolutionaire psychologie en kunstmatige intelligentie) zien we dat er in de laatste jaren steeds meer bekend wordt over de psychologie van honden, waar het eerder vooral moest komen vanuit de gedragsbiologie, waarbij veel minder aandacht is voor de interne beleving van de hond. Het proces van al deze interessante ontdekkingen en ideeën vertalen naar iedereen die in de praktijk bezig is gaat vaak maar traag, daarom probeer ik in mijn artikel de onderbelichte ontdekkingen over de psychologie van honden de interessantste nieuwe inzichten van de afgelopen 15 jaar samen te vatten.


Bronnenlijst

Bailey, R. E., & Gillaspy, J. A. (2005). Operant psychology goes to the fair: Marian and Keller Breland in the popular press, 1947-1966. The Behavior Analyst, 28(2), 143–159.

Clark, K. R. F. 1971. Food habits and behavior of the tundra wolf on central Baffin island. Ph.D. thesis, University of Toronto.

Daniel P. Todes (2014), Ivan Pavlov. A Russian Life in Science, 880 blz.

Feng, L. C., Hodgens, N. H., Woodhead, J. K., Howell, T. J., & Bennett, P. C. (2018). Is clicker training (clicker + food) better than food-only training for novice companion dogs and their owners? Applied Animal Behaviour Science, 204, 81–93.

Fugazza, C., & Miklósi, Á. (2014). Should old dog trainers learn new tricks? The efficiency of the Do as I do method and shaping/clicker training method to train dogs. Applied Animal Behaviour Science153, 53-61.

Mech, L. D. 1966. The wolves of Isle Royale. National Park Service Fauna Ser. No. 7, Washington D. C.

Mech, L. D. 1970. The wolf: the ecology and behavior of an endangered species. Doubleday Publishing Co., New York.

Mech, L. David. 1999. Alpha status, dominance, and division of labor

in wolf packs. Canadian Journal of Zoology 77:1196-1203. 

Mech, L. D., Wolf, P. C., and Packard, J. M. 1999. Regurgitative food transfer among wild wolves. Can. J. Zool. 77:1192-1195.

Miklósi, Á., 2014. Dog Behaviour, Evolution, and Cognition, 2nd ed. Oxford University Press, Oxford.

Murie, A. 1944. The wolves of Mount McKinley. U.S. National Park Service Fauna Ser. No. 5. Washington, D.C.

Rabb, G. B., Woolpy, J. H., and Ginsburg, B. E. 1967. Social relationships in a group of captive wolves. Am. Zool. 7:305-311.

Schenkel, R. 1947. Expression studies of wolves. Behaviour, 1:81-129.

Scott, J. P., Fuller, J. L. (1974). Genetics and the Social Behavior of the Dog. Chicago: University of Chicago Press. ISBN 978-0-226-74338-7.

Zimen, E. 1975. Social dynamics of the wolf pack. In The wild canids: their systematics, behavioral ecology and evolution. Edited by M. W. Fox. Van Nostrand Reinhold Co., New York. pp. 336-368.

https://www.siriuspup.com/about 

http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Varro/de_Re_Rustica/1*.html 

http://www.npwrc.usgs.gov/resource/2000/alstat/alstat.htm

https://avsab.org/wp-content/uploads/2019/01/Cesar_Millan_Response-download.pdf






Posted on Jan 20, 2020

  • Verlatingsangst bij Honden

    Posted on Feb 22, 2019

    Verlatingsangst bij honden

    Verlatingsangst, volgens sommige gedragstherapeuten is het een van de meest voorkomende gedragsproblemen bij honden. Uit onderzoek blijkt dat het percentage consulten waarbij verlatingsangst als diagnose gesteld wordt zo tussen de 10 en 20 procent ligt [1], naar vermoeden lopen er echter wel een stuk meer honden met verlatingsangst rond dan dat er daadwerkelijk een deskundige voor geraadpleegd wordt [2]. Genoeg reden om eens goed te kijken naar wat verlatingsangst is, hoe het herkend kan worden, wat je eraan kunt doen en hoe je het kunt voorkomen.

    Wat is verlati...


  • Geschiedenis van Hondentraining

    Posted on Jan 20, 2020

    Geschiedenis van de Hondentraining

    Het trainen van honden wordt door veel mensen als iets van de laatste decennia gezien. De “eerste hondenschool van Nederland” zou pas in 1983 gesticht zijn en trainingstechnieken worden veelal gedefinieerd als “de nieuwe” of “de oude” methode. Sterker nog, veel trainers in Nederland zijn opgeleid om één specifieke trainingswijze te gebruiken en wijken daar liever nooit vanaf. Om objectiever naar de verschillende methodes te kijken en een beter beeld te hebben van hoe het zich allemaal ontwikkeld heeft, is het belangrijk om een overzicht te hebben van de gesch...

  • De Onderbelichte Ontdekkingen over de Psychologie van de Hond

    Posted on Jan 25, 2020

    Tijdelijk niet beschikbaar 

  • Meest Gemaakte Fouten bij Hondentraining

    Posted on Feb 01, 2020

    Tijdelijk niet beschikbaar

  • Occoism

    Posted on Feb 05, 2020

    Temporary unavailable 

  • Conditionering - In de praktijk en in het brein

    Posted on Feb 18, 2020

    Tijdelijk niet beschikbaar

  • Kattenkruid

    Posted on Feb 20, 2020

    Tijdelijk niet beschikbaar


 Info@joeljansen.nl
 0638443985
www.facebook.com/hondenschooljansen